Afdeling
Lebbeke-Wieze-Denderbelle
Nieuws op www.vlaamsbelang.org

Column

Gemeentepolitiek in Lebbeke, sinds 1795... deel III

30 oktober 2006

Een column door Geert De Backer ( bron: Gemeentepolitiek te Lebbeke 1795-1990 door schrijver Dauwe J.)

De eerste gemeenteraden.(pag. 31-36)
Door de wet van 17 februari 1800 werd in iedere gemeente een gemeenteraad aangesteld die elk jaar op 15 pluviôse (4 februari) vergaderde om te beraadslagen over de financiën van de gemeente. Het eigenlijk bestuur bleef nog uitsluitend in de handen van een maire en zijn twee adjuncten of adjoints. De raad diende enkel om de rekeningen van de maire goed te keuren en de begroting voor het volgend jaar vast te leggen. Voor de samenstelling van die raad legde de maire een lijst met kandidaten voor aan de prefect, die op basis daarvan de benoemingen deed. Volgens het besluit van de eerste consul van 6 september 1802 zou de gemeenteraad, om de drie jaar, voor de helft vernieuwd worden en zou het lot de uittredenden bepalen. De maire zelf en zijn twee adjuncten werden benoemd voor een periode van 5 jaar.

De installatie van 1800.(pag.31)
Bij besluit van 27 thermidor VIII (15 augustus 1800) benoemde de prefect van het Scheldedepartement, namens consul Bonaparte, de zeventien burgers die samen met de maire en zijn twee adjoints de eerste gemeenteraad van Lebbeke zouden uitmaken. Als maire werd kort voordien de vroegere directoirecommissaris L.G. Stobbelaers aangesteld en als adjoints ( te vergelijken met schepenen) de voormalige agent municipal Pieter Van Gaver en de kantonsecretaris Guillaume-Joseph De Lantsheere. Zij werden reeds benoemd op 28 mei 1800. De kern van het bestuur was dus in handen gebleven van een gehard republikein, bijgestaan door twee adjuncten die elk eveneens hun sporen verdiend hadden in de vroegere kantonadministratie. (…)

Stobbelaers bracht de raadsleden schriftelijk op de hoogte van hun aanstelling en verzocht hen op 7 september 1800, ’s namiddags samen te komen in de woning van de maire om er de eed af te leggen en geïnstalleerd te worden. Dertien onder hen verschenen ter zitting en legden samen met de maire en zijn adjoints de eed van haat af. Vier aanvaardden hun mandaat niet. (…)

Het ambt van raadslid was ook toen niet altijd even prettig. Dat ondervond Louis Van Damme die op 8 februari 1802 zwaar toegetakeld werd door Jan De Taeye zn. Frans, omdat deze meende te hoog aangeslagen te zijn op de plaatselijke belastingsrol. De ingewortelde apathie voor de bezetter kwam vooral bij feestelijkheden en sociaal-culturele manifestaties steeds opnieuw boven. Zo schrijft de magistrat de sûreté pour l’arrondissement de Termonde op 28 december 1805, dat de muzikanten van de Lebbeekse harmonie tijdens hun uitstappen zeer kwetsende liedjes speelden tegen bepaalde personen, waarschijnlijk aanhangers van de Fransen. (…)

De gemeenteraad in 1810 (pag. 34)
In 1810 werd Stobbelaers bijgestaan door geneesheer Jan Baptist Moens, 55 jaar oud, zijn eerste adjoint, en door molenaar Albert Frans De Backer, 65 jaar oud als tweede adjoint. Beiden hadden een gevestigd fortuin. Verder bestond de raad uit twintig leden: (de auteur vermeldt in een lijst 20 namen, n.v.d.r.)
In de gemeenteraad zetelden toen 10 landbouwers, 7 handelaars-ambachtslieden, 3 beoefenaars van vrije beroepen, 1 onderwijzer, 1 gemeenteontvanger en 1 rentenier. Hun gemiddelde leeftijd bedroeg 57 jaar.

N.v.d.r.: Ook in 1803 –1807 en 1812 werden de raden hernieuwd. In het boek vinden we tal van handtekeningen terug op officiële documenten, opgesteld in de Franse taal. Handtekeningen van dhrn. Pierre Oste, Jean Van Keer, Francois deBacker, Joseph Oste,… Opvallend is, voor zover ik uit het boek kan opmaken, de afwezigheid van vrouwen in de gemeenteraad.


Tot besluit schrijft auteur Jozef Dauwe het volgende (pag.35):

“Of de invoering van de Franse administratie hier de grote breuk met het vroegere politieke personeel betekende kan ten stelligste betwijfeld worden. Als agent en adjoint fungeerden onder het Directoire respectievelijk de laatste dienstdoende burgemeester Frans Pieters en Egidius Haems, zn. van Jacob die zitting had in het laatste schepencollege voor de annexatie. Verscheidene leden van de eerste gemeenteraad hadden schepen- of andere openbare functies uitgeoefend onder het Ancien Régime. Allen, op uitzondering van Stobbelaers, Van Gaver en Rosschaert behoorden tot de klasse van de grootgrondbezitters of tot de meest welstellende boerenfamilies waarvan de leden sinds meer dan twee eeuwen afwisselend het bestuur van de parochie in handen hadden gehad.” (…)

Tot hier de Franse periode.

Auteur en historicus Jozef Dauwe schrijft vanaf pagina 37 over de Hollandse periode (1815-1830). De overgang van het Franse Keizerrijk naar het Verenigd Koninkrijk verliep waarschijnlijk ook te Lebbeke zonder veel incidenten.

(uit: Gemeentepolitiek te Lebbeke 1795 – 1990 van schrijver Jozef Dauwe)




Categorie:   


Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district, koepel of regio?