Afdeling
Lebbeke-Wieze-Denderbelle
Nieuws op www.vlaamsbelang.org

Column

Gemeentepolitiek te Lebbeke sinds 1795... deel VII

06 februari 2007

Een column door Geert De Backer

Gemeentelijk unionisme. (Pag. 49 uit Gemeentepolitiek te Lebbeke 1795 – 1990 door J. Dauwe)

De gemeenteverkiezing van 9 december 1830.
Het Voorlopig Bewind van het nieuwe België had reeds op 8 oktober 1830 gemeenteraadsverkiezingen uitgeschreven en een kiesreglement vastgesteld. Het bleef van kracht tot aan de invoering van de gemeentewet van 30 maart 1836. Artikel 1 bepaalde dat elke mannelijke inwoner 20fl. betaalde en 23 jaar oud was gemeentekiesrecht had en het volgend artikel voorzag dat de burgemeester en de raad rechtstreeks door het kiezerskorps verkozen worden. De kiezers stelden dus rechtstreeks, zonder inmenging van hogerhand, evenwel via een omslachtige procedure de burgemeester, de schepenen en de raadsleden aan. Voor de verkiesbaarheid zelf werden geen eisen gesteld, behalve dat men Belg moest zijn en minimum 25 jaar oud. Ondanks het afschaffen van het getrapte verkiezingssysteem bleef door het invoeren van een kiescijns, de macht in feite in handen van een kleine minderheid.

De eerste verkiezingen onder het onafhankelijke België vonden hier plaats op 9 december 1830 in de herberg Den Engel, de gebruikelijke vergaderplaats van het gemeentebestuur. Een burgemeester, twee schepenen en zes raadsleden werden verkozen. Aan de stemming namen 158 kiezers deel. De uittredende Orangistische kandidaten, o.a. geneesheer Damiaan Bosteels, olieslager Jozef Frans Van Overstraeten en leerlooier Adriaan Dauwe werden niet herkozen. Burgemeester Lodewijk Frans Stobbelaers die handig wist te schipperen, werd herbenoemd, alhoewel hij beduidend minder stemmen bekwam dan Philipkin en Cooreman. Nog meer bevreemdend is de aanduiding van Pieter Frans Moens tot tweede schepen niettegenstaande hij qua stemmenaantal slechts op de zesde plaats kwam. (…)

Een politiek portret van de bestuurstop is te vinden in een vertrouwelijk rapport dat de regering omstreeks 1831 over haar lokale bestuurders liet samenstellen. Over burgemeester-notaris L.F. Stobbelaers vernemen wij dat hij voor de uitoefening van zijn ambt jaarlijks 170 fr. genoot. Politiek was hij een windvaan die van overtuiging veranderde naargelang de tijdsomstandigheden. (…)
De twee schepenen hadden elk een jaarwedde van 42,50 fr. (…). De 31-jarige Jan Baptist De Blieck was op 28 december 1830 éénparig als gemeentesecretaris herbenoemd. Zijn wedde bedroeg 582 frank, plus een jaarlijkse secretariaatsvergoeding van 380 fr. De verslaggever stelt dat zijn moreel gedrag niets te wensen overlaat, maar dat zijn politieke opvattingen ongunstig zijn voor het huidig bewind. Alhoewel zijn ambtelijke kennis middelmatig was, vervulde hij zijn functie met toewijding. Gemeenteontvanger was Jan Bapt. Hiel, 67 jaar oud en reeds voordien in dienst als rijks-en gemeenteontvanger van belastingen te Lebbeke. Op 21 januari 1831 werd hij benoemd met een wedde van 150 frank, plus 3,50 frank kostenvergoeding. Achter de schermen zou hij een overtuigd Orangist geweest zijn, maar in de eerste plaats was hij een bekwaam en loyaal ambtenaar. De gemeenteraadsverslagen, die voordien in het Nederlands waren, werden na de revolutie opnieuw uitsluitend in het Frans opgesteld. (…)

* In de daaropvolgende verkiezingen tussen 1836 en 1851 werden telkens verschillende wijzingen aan de verkiezingswetgeving aangebracht. Wat opvalt is dat de Koning, in zijn strijd om de macht, het benoemingsrecht voor burgemeester en schepenen wist te verwerven. De wet van 30 juni 1842 gaf hem het benoemingsrecht van de burgemeester, ook buiten de raad, onder de kiezers die 25 jaar oud waren.
* Om de stijgende macht van de liberalen in de steden te breken en deze van de centrale (katholieke) overheid te versterken, bracht de regering Nothomb enkele ingrijpende wijzigingen in de kieswet. ( Gemeenteverkiezing van 25 oktober 1842)
Voortaan werden de leden van de raad verkozen voor een termijn van acht jaar, in plaats van zes, zodat de vernieuwing van de helft van de gemeenteraad van nu af aan pas om de vier jaar zou plaatshebben.

Auteur Jozef Dauwe beschrijft in zijn boek ‘ Gemeentepolitiek te Lebbeke 1795 1990’ haarfijn de verschillende gemeenteraadsverkiezingen (van pag. 49 – 57). Uit deze uiteenzettingen kan men opmaken dat de auteur veel opzoekwerk heeft verricht, waardoor deze informatie aan het brede publiek kon worden meegegeven. Spijtig dat deze oplage slechts uit 600 exemplaren bestond. Misschien de moeite waard om dit boek nog eens uit te brengen! Aan dhr. Dauwe de eer.



Categorie:   


Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district, koepel of regio?