Column
Gemeentepolitiek te Lebbeke sinds 1795... deel VIII
04 maart 2007
Een column door Geert De Backer
De eerste decennia onder het nieuwe koninkrijk. (pag. 58)
Nadat de machtsovername op nationaal vlak een feit was geworden, diende deze verworvenheid ook in de lokale besturen bevestigd. Het was immers onmogelijk te regeren met gemeentebesturen die het nieuwe bewind ongunstig gezind waren. In hoeverre de raadsleden met Orangistische sympathieën spontaan aftraden is voor Lebbeke niet bekend; toch weten wij dat Willem I in deze mercantilistische gemeente veel aanhangers telde. Zelfs van de handige burgemeester Stobbelaers en van zijn gemeentesecretaris Jan Bapt. De Blieck – tevens zijn notarisklerk – werd gezegd dat zij voorstanders waren van de politiek der Verenigde Provinciën. Van zodra echter de revolutie voltrokken was, spanden zij zich in om de Belgische vlag te hijsen.
Reeds op 26 oktober 1830 hield het gemeentebestuur een geldinzameling ‘ tot ophalen der patriotieke giften tot onderstand der geblesseerde, weduwen en weezen der gesneuvelden gedurende onze glorieryke revolutie.’ Om de rust en de nieuwe orde te handhaven, riep men in oktober 1830 een Burgerwacht in het leven en schreef men 200 gulden in de begroting voor het onderhoud en logement van enige ‘volontere verdedigers van het land.’
* Evolutie van het aantal gemeentekiezers.
In 1836 telde de gemeente 4.218 inwoners, verdeeld over een 600-tal woningen. In verhouding met het bevolkingsaantal hadden in 1836 maar 209 inwoners of nog geen 5% kiesrecht voor de gemeente en slechts 78 inwoners of 1,84% voor de Kamer en Provincie. Twaalf jaar later, in 1848, telde de gemeente op 4.299 inwoners nog amper 195 kiesgerechtigden of 4,53%. Tussen 1836, een jaar van economische hoogconjunctuur en 1848, het hoogtepunt van de crisis, is dus een daling waar te nemen van 14 gemeentekiezers of een vermindering van 7% ten opzichte van het aantal kiesgerechtigden in 1836, dit terwijl de bevolking met 80 eenheden was gestegen. Gegeven het feit dat het aantal van de rijkste kiezers constant bleef, is het duidelijk dat het vooral in de middengroep was dat de vroegere kiesgerechtigden het wettelijk vereiste minimum aan cijns niet meer konden opbrengen. Na 1851 steeg hun aantal lichtjes en het schommelde gedurende heel dit decennium rond een gemiddelde van 210.
* Bestuurlijke accenten. (pag. 59)
In die periode werden een aantal bestuurlijke maatregelen genomen, zoals het opmaken van een algemeen rooiplan van de gemeente, de herbevestiging van het oud-gemeentewapen, het opstellen van een reglement op de bevolkingsregisters en, in het licht van de gespannen internationale toestand, van een reglement op het houden van logementen. Het eerste politiereglement werd goedgekeurd tijdens de gemeenteraad van 5 april 1851. (…)
* Armenzorg en sociale voorzieningen (pag. 60)
Eén der hoofdbekommernissen van het gemeentebestuur bleef de armoedebestrijding. Op 14 april 1832 werd een buitengewone subsidie van 550 gulden uitgetrokken om voorzieningen te treffen tegen de oprukkende cholera-epidemie. Daarnaast bleef de steun van 500 fl. aan het Armenbestuur gehandhaafd om de bedelarij te bekampen. Met dat geld kocht men vlas aan waarmee behoeftige huisgezinnen in de winter voor eigen gewin konden spinnen. Deze formule had succes want enkele jaren later stelde het schepencollege vast dat door de vlasbedeling de bedelarij sterk was afgenomen. Tijdens de uitzonderlijke koude winter van 1837-1838 werd een extra hulpgeld van 1.400 fr. uitgekeerd onder de vorm van kledij, schoeisel, slaapgerief en kolen, om op die wijze wezen, bejaarden en armen van de bedelstaf weg te houden. Vooral het lage loon dat verdiend werd met het spinnen van garen, werd aangewezen als één der belangrijkste oorzaken van de bedelarij. (…)
Ook in Lebbeke werden naast het privé initiatief door de overheid verscheidene maatregelen genomen om aan de kwaal van de tijd, de erbarmelijke levensomstandigheden waarmee vele gezinnen te kampen hadden, zo goed mogelijk te verhelpen. Op 10 oktober 1845 werde een Industriecomité in het leven geroepen om de werkgelegenheid in de gemeente te bevorderen. (…)
Verder in dit boek beschrijft de auteur Jozef Dauwe zaken die te maken hebben met de volksgezondheid, het onderwijs, openbare werken, ontspanning en cultuur en politieke verhoudingen. (pag. 60-66).
(uit: Gemeentepolitiek te Lebbeke – 1795-1990 door Jozef Dauwe)
Categorie: