Column
La Wallonie tout court.
07 mei 2007
Een column door Geert De Backer
Wallonië en de Waalse beweging vanaf 1830 tot aan WOII.
In de jaren na 1830 en in de tweede helft van de 19de eeuw behoorde Wallonië op economisch gebied tot de meest geïndustrialiseerde gebieden van de wereld. Steden zoals Verviers, Charleroi en Luik produceerden op grote schaal de industriële producten wol, staal en metaal. Naast deze drie spilproducten waren er nog de steenkoolmijnen die een belangrijke impuls gaven aan de economie in Wallonië. In deze context kan gesproken worden over ‘la Bruxellisation de la Wallonie’. Er ging namelijk veel geld van Brussel naar de Waalse industrie. In die periode was Vlaanderen arm en onderontwikkeld. Er was veel werkloosheid en analfabetisme. Vele Vlamingen trokken daarom naar Wallonië en Noord-Frankrijk om er werk te zoeken.
De Waalse geschiedschrijving vermeldt 1888 als het beginpunt van de georganiseerde politieke Waalse beweging. Voordien warden de taalwetten, die sinds 1873 werden uitgevaardigd, en de Vlaamse grieven en klachten ook al op Waals-liberaal verzet gestuit, met als argumenten dat de Walen werden buitengesloten uit de magistratuur en de ambtenarij, dat de flaminganten het land verdeelden en de verachterde Vlaamse bevolking dom hielden. In 1888 werden in Brussel, en nog hetzelfde jaar in Luik en Charleroi, antiflamingantische propagandaverenigingen gesticht, die zich weldra trachtten te federeren (een federatie vormen). Van 1830 tot 1893 werden de vier eerste Waalse congressen gehouden.
In feite is de Waalse beweging in Brussel en Vlaanderen ontstaan en pas later overgeslagen naar Wallonië. Zij is ontstaan als een beweging voor de administratieve kolonisatie van Vlaanderen en dat is altijd een essentieel kenmerk van de Waalse beweging gebleven. Tot op de dag van vandaag. Dat hebben we gezien in Voeren en dat zien we vandaag nog steeds in Vlaams-Brabant. De Waalse beweging heeft altijd de Waalse expansie in Vlaanderen, die door de klerikale (de geestelijke stand) taalwetten werd aangetast, verdedigd. Op het einde van de 19de eeuw was een opvallend kenmerk van de Waalse beweging haar uitgesproken antiklerikaal en liberaal karakter. Na 1900 en vooral in 1912 zou er een verruiming komen naar het socialisme. Maar de katholieken bleven tot rond 1960 zo goed als buiten beweging.
In 1897 kende de Waalse beweging een duurzame opleving in haar strijd tegen de Gelijkheidswet, die de erkenning inhield van het Nederlands naast het Frans als taal van de wetgeving. In Luik stichtte Julien Delaite, een doctor in de wetenschappen, de Ligue Wallonne de Liège, die de hele Waalse beweging zou stimuleren en ze zou domineren tot 1912.
In 1905 organiseerde de Waalse beweging een groots ‘algemeen Waals congres’, met aandacht voor economische problemen en won op die manier veel aanzien. Dat congres wilde een uitdrukking van de âme Wallonne zijn, maar sloeg allen bij de liberalen aan. De katholieke Gazette de Liège wees het af als het werk van de vrijmetselarij (over de gehele wereld verbreide vereniging met een humanistisch ideaal) en hekelde het streven naar verfransing van België als een “oeuvre néfaste et antipatriotique”.
De Eerste Wereldoorlog en de Flamentpolitik van de Duitse bezetter zweepten in Wallonië het Belgisch patriottisme op en integreerden de Waalse antiklerikalen in de unitaire Belgische structuren. Na de oorlog werd een regering van nationale unie gevormd. In 1919 werd het zuiver algemeen stemrecht ingevoerd, voor mannen alleen, zoals de antiklerikale partijen het wilden. De katholieke meerderheid verdween uit het parlement en Destrée zelf werd minister.
De Ligue Wallonie van Luik geraakte in verval. De Assemblée Wallonne gaf haar eis tot federalisme op en bestreed de Vlaamse beweging nog alleen in naam van het Belgisch patriotisme. In 1923 zouden een aantal autonomisten haar verlaten en de radicalere Ligue d’Action Wallonne stichten, die opnieuw het federalisme propageerde op haar jaarlijks congres, en die in Luik haar stevige kern vond. Maar het hernemen van het programma van 1912 bracht niet de aanhang van destijds terug. De Waalse beweging bleef verzwakt en bovendien verdeeld. Wel profiteerde ze van het diskrediet dat de Flamenpolitik en het activisme hadden geworpen op de Vlaamse beweging en van het verzet onder de ambtenaren tegen de taalwet op de overheidsdiensten die in 1921 werd uitgevaardigd.
Net zoals in de Eerste Wereldoorlog de Vlaamse beweging een anti-Belgische impuls had gegeven, zorgde de Tweede Wereldoorlog ervoor dat er een Waals-nationaal bewustzijn op gang kwam, dat België slechts als een tussenstap aanvaardde. Dit Waals-nationaal bewustzijn werd in de eerste plaats door links gedomineerd. Het nieuwe elan van deze beweging kwam vooral tot uiting in het gewelddadige protest tegen de terugkeer van Leopold III en tegen de Eenheidswet in 1960-1961.
Het in 1945 opgerichte Rénovation Wallonne, en de Mouvement Wallon Catholique, waren in Wallonië voorlopers in het pleidooi voor een verregaand federalisme, met natuurlijk op alle vlakken een pariteit (gelijkheid) tussen Vlaanderen en Wallonië. Die gelijkheid werd weliswaar op een eigenaardige manier ingevuld: de uit het verzet gegroeide partij Union Démocratique Belgde (UDB) vroeg in 1946 nog de eentaligheid van Wallonië, en de tweetaligheid van Vlaanderen…
Het Nationaal Waals Congres dat in oktober 1945 in Luik werd gehouden, zorgde voor een schokgolf doorheen het land. De Walen voelden zich niet langer thuis in het tweetalige België. De industrie trok naar Vlaanderen, en Wallonië zag zich op economisch en politiek vlak gediscrimineerd. Bij een eerste stemming spraken er van de 1049 deelnemers zich 486 uit voor een aansluiting bij Frankrijk, 391 voor federalisme (systeem), en 154 voor Waalse onafhankelijkheid. In een tweede – bijgestuurde – stemming werd quasi-unaniem gekozen voor “autonomie voor Wallonië binnen het Belgische bestel”, zodat Wallonië zelf een politiek kon voeren die grotendeels op Frankrijk was gericht. Onder impuls van de Walen werd het ACW gefederaliseerd. De Waalse autonomie werd dus gesteund door zowel socialisten, katholieken, liberalen en communisten.
In augustus 1949 kreeg het Waals bewustzijn een nieuwe impuls met de koningskwestie. 57% van de kiezers sprak zich uit voor de terugkeer van Leopold III. De regionale verschillen waren echter enorm. In Vlaanderen was dat 72%, in Wallonië 42%.
De Luikse socialistische voorman André Renard zorgde er voor dat de Waalse beweging een uitgesproken syndicaal karakter kreeg. Renard, die zich bij het verzet tegen de eenheidswet in 1960 in de steek gelaten voelde door de Vlaamse federaties, richtte de Mouvement Populaire Wallon op. De MPW kwam op voor een tweeledig federalisme met Vlaanderen en Wallonië als afzonderlijke gewesten. Een federaal België moest Wallonië de noodzakelijke autonomie geven om met economisch structuurhervormingen de Waalse industrie uit het slop te halen.
De verkiezingen van oktober 1961 zorgden in Vlaanderen voor een doorbraak van de Volksunie. Het MPW ontwikkelde zich als tegenreactie tot een uitgesproken anti-Vlaamse beweging; en de Brusselse afdelingen vormden een Comité de Défense tegen wat ze het Vlaamse imperialisme (politiek van staatkundige en economische expansie) om Brussel noemden. Uit het Front pour la Défense de Bruxelles ontstond in 1963 het rabiate (woedende) Front Démocratique des Francophones (FDF), dat in 1965 direct drie zetels in het parlement wist te veroveren.
De Waalse beweging kreeg na 1960 een meer uitgesproken anti-Vlaams karakter, en oriënteerde zich ook en vooral op een imperialistisch Franstalig Brussel, wat tot uiting kwam in een bondgenootschap tussen het FDF en het RW.
In de tweede helft van de jaren ’70 werden de “federalistische partijen” FDF en VU opgenomen in de regering. Het merkwaardige samengaan van deze twee erfvijanden leidde tot het beruchte Egmontpact, waarbij de Vlaamse onderhandelaars zeer ruime toegevingen deden aan het FDF – ondermeer de invoeging van nieuwe taalfaciliteiten. De rest van het verhaal is u allicht welbekend. De VU werd afgestraft voor Vlaams verraad, en het Vlaams Blok/Belang won verkiezing na verkiezing. In Wallonië daarentegen werd het latente Waalse bewustzijn onomkeerbaar geïncorporeerd (ingelijfd) in de links-Waalse partijen – de Parti Socialiste (PS) op kop.
(uit: Breuklijn -Vormingsblad van de VBJ- maart 2006)
Wallonië anno 2006: gerommel en gesjoemel. Hoge werkloosheidsgraad, achteruitbollende economie, het mislukte Marshallplan, Elio Di Rupo, Van Cau, € 12.000.000.000,00 jaarlijks aan Wallonië zonder enig resultaat, economisch en sociaal verval, PS-fraude, geen nieuwe investeringen, migrantenprobleem in de grootsteden, een stroom aan schandalen binnen de socialistische partij, gesjoemel met het geld van de sociale huisvestingsmaatschappijen, het Francorchamps-dossier, enz….
Wat met Wallonië morgen ?
Categorie: