Column
Moraliteitsballonnetje van meerderheid doorprikt
22 september 2008
Een column door Ilse Craessaerts
Elk jaar pakt de bestuurscoalitie van Lebbeke fier uit met haar “toonaangevend” ontwikkelingshulpbeleid. Zo spendeert de meerderheid jaarlijks zo’n 25.000 euro naar eigen goeddunken, in afwezigheid van een fatsoenlijk subsidiereglement. Een vreemde gang van zaken, als u het ons vraagt. Maar, kritiekloos zoals gewoonlijk, stemmen de meeste oppositieleden als de troepkoeien van de meerderheid in met de verdeling van de gelden.
Onnodig te zeggen dat sommigen in de gemeenteraad
geschokt, verbijsterd, aangedaan, ontzet, verbouwereerd en nog zoveel meer reageren, wanneer het Vlaams Belang het hele verhaal rond ontwikkelingshulp kritisch leest. Als volleerde indoctrinerende dorpspastoors vanuit hun preekstoel, gewagen ze van een doodzonde bij ons standpunt ter zake. Vlaams Belang is immers van mening dat ontwikkelingshulp geen gemeentelijke materie hoort te zijn en stemt daarom - als enige partij - tegen. Dit is als vloeken in de kerk. Banbliksems en veroordelingen zijn dan niet ver weg.
De hangbuik-meerderheid lijkt dan ook last te hebben van het VRT-virus. Met dezelfde consistentie en volharding waarmee de openbare omroep tot vervelens toe bijna antieke afleveringen van FC De Kampioenen op ons netvlies projecteert, vuurt de meerderheid jaarlijks vol verontwaardiging dezelfde repliek op onze fractie af.
“Zijn jullie al eens naar een ontwikkelingsland geweest om de onmenselijke en onleefbare toestanden aldaar te aanschouwen?” , klinkt het steevast. Wat ons betreft, luidt het antwoord dan telkens volmondig ‘neen’. We zien immers het nut of de relevantie niet in van een plaatsbezoek, in een tijdperk waarin beeld en geluid over heel verre afstanden worden gedragen.
De enkelingen van de meerderheid die beweren daar ooit geweest te zijn om er zichzelf van te overtuigen dat ontwikkelingshulp noodzakelijk is, ook op lokaal vlak, hadden er beter kunnen blijven om er de problemen ter plaatse op te lossen. Maar delen in leed is aan al die verzuilde creaturen met opgestoken morele vingertjes niet besteed. Als het erop aankomt ruilen ze de miserie maar al te graag en al te snel voor hun persoonlijke welvaart in eigen land waar ze mekaar bijna naar het leven staan voor te verdelen mandaatjes en andere betaalde postjes. Om maar te zeggen dat wij ons door hen niet laten culpabiliseren.
De jaarlijkse gemeentelijke toelage van +/- € 25.000 zou, wat ons betreft, wel eens nuttig kunnen zijn voor mensen van de vierde wereld, inwoners van onze gemeente die het niet breed hebben. Ontwikkelingshulp moet enkel op een hoger niveau geregeld worden, omdat deze de middelen en structuren heeft om overzichtelijk te werk te gaan. Bovendien is ontwikkelingshulp onderdeel van het buitenlands beleid van een land. Wij zien dan ook echt het nut niet van een versnipperd lokaal buitenlands beleid onder de vorm van ontwikkelingssamenwerking.
Het feit dat we al via federale belastingen voor ontwikkelingshulp betalen, maakt een gedwongen tweede maal betalen volledig absurd. Schepen De Cock (Vl.Pro) vond het in dit verband nodig te melden dat ontwikkelingssamenwerking sinds 2001 geen federale maar Vlaamse materie is. Welnu, het feit is dat het Lambermontakkoord van 2001 de federale ontwikkelingssamenwerking had moeten splitsen, maar tot op de dag van vandaag zijn de communautaire onderhandelaars er nog steeds niet uitgeraakt welke aspecten voor splitsing in aanmerking komen. Anno 2008 is er nog steeds een federale minister bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking. Concreet betekent dit dat we zowel op Vlaams als federaal niveau al bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking.
In dit verband trouwens melden dat tijdens de gemeenteraadszitting van augustus de (sinds 2001) langverwachte gemeentelijke raad voor ontwikkelingssamenwerking (GROS) werd opgericht. Hierdoor is er eindelijk een reglement voor de verdeling van de toelage voorhanden en dat vinden wij al een hele verbetering. Toch moeten we vaststellen dat er nu 7% van het voorziene budget voor ontwikkelingssamenwerking naar de werkingskosten van de raad gaat. Dat is al 7% van de uitgetrokken subsidie die al NIET bij de behoeftigen van deze wereld zal terechtkomen. We vragen ons dan ook af waarom de schijnheiligen van de meerderheid hun inkomsten uit intercommunales en presentiegelden niet edelmoedig afstaan om de - niet nader bepaalde- werkingskosten te kunnen dekken. Wederom wordt het bewijs geleverd dat de meerderheid enkel overdreven veel belastingsgeld aan ontwikkelingshulp uitgeeft om toch op één vlak bij de Oost-Vlaamse top te kunnen horen. Of haar beweegredenen wel zo onbaatzuchtig zijn als zij ons graag voorhoudt, is natuurlijk een andere vraag…
Categorie: