Nieuws
Drie antwoorden van het gemeentebestuur van Lebbeke in verband met de Nood- en interventieplannen in geval van ramp, ondertekend door waarnemend burgemeester F. Perdaens.
26 juli 2007
Het Koninklijk Besluit van 16 februari 2006 vermeldt dat er in elke gemeente een nood- en interventieplan (NIP) moet zijn opgesteld. Dit NIP bevat onder andere een coördinatiecomité, rampenplan(nen) en een veiligheidscel.
Vraag 1.
Op onze schriftelijke vraag in verband met het coördineren door het coördinatiecomité van een noodsituatie en wie dit comité vertegenwoordigt, hebben we volgend antwoord ontvangen:
De voorzitter-coördinator is de burgemeester. Verder bestaat dit comité uit: de bevelhebber van de brandweer; de zonechef van de lokale politie; de ambtenaar bevoegd voor openbare werken, Sven De Ridder; de informatieambtenaar Peter Cooreman en de secretaris voor het bijhouden van het logboek. Daarnaast kan het comité, indien nodig, nog een beroep doen op elke persoon wiens aanwezigheid nuttig of noodzakelijk wordt geacht. Deze lijst vindt u terug in bijlage.
Het crisiscentrum in geval van een ramp is de zaal van de officieren van de brandweer, Flor Hofmanslaan 1. De gemeentelijke ambtenaar noodplanning is dhr. Albert Vereeken. Samen met Danny Van Den Vreken en Peter Callaert is hij verantwoordelijk voor zowel de opmaak als het up to date houden van het gemeentelijk Nood- en Interventieplan (NIP).
Het Koninklijk Besluit van 16 februari 2006 voorziet dat er voor elke gemeentelijke openbare instelling een noodplan (ANIP + BNIP + intern noodplan) moet worden voorzien.
Vraag 2.
Op de vraag of er voor elke gemeentelijke openbare instelling een noodplan is voorzien, hebben we volgend antwoord ontvangen:
Er is één gemeentelijk rampenplan voorzien voor hulpverlening ( aangepast tot maart 2007).
In opdracht van zowel de federale Overheid als het provinciebestuur bekomen alle Vlaamse gemeenten een model van ANIP (Algemeen Nood- en Interventieplan). Op basis hiervan dienen de gemeenten de andere nood- en interventieplannen op te stellen.
De gemeente is reeds op eigen initiatief gestart met de opmaak van een risico inventaris. Deze inventaris omvat de voornaamste risico’s op het grondgebied van de gemeente en houdt ook rekening met risico’s over de gemeentegrenzen heen. De risico’s zijn gegroepeerd onder vier categorieën, nl.: transport, gebouwen, natuur en evenementen.
In de categorie gebouwen zijn alle gemeentelijke openbare gebouwen opgenomen. ( lijst in bijlage ). Voor elk van dit ‘risico’gebouw zal een BNIP worden opgemaakt. Zo zal voor de serviceflats en sociale huurwoningen niet onmiddellijk een BNIP worden opgemaakt om reden dat deze niet worden aanzien als een groot risico.
Met Barry Callebaut en met het rustoord Hof ter Veldeken is er een samenwerking aan de gang, dit met de bedoeling een noodzakelijk BNIP op te stellen.
Het Koninklijk Besluit van 15 februari 2006 stelt dat, onder afdeling II – De veiligheidscel – art. 29, de veiligheidscellen zijn belast met het actualiseren van de nood- en interventieplannen, het organiseren van oefeningen, de evaluaties ervan, opmaken van risico-inventaris en –analyse en het organiseren van de voorafgaande informatie over de noodplanning.
Tevens vermeldt de omzendbrief van 10 januari 2007, van de Ministers Dewael en Demotte, onder punt III Veiligheidscellen – A. Opdrachten dat: ‘de veiligheidscellen zullen onder meer initiatieven nemen voor het organiseren van oefeningen om de noodplanning uit te testen en te evalueren. Het kan gaan om beperkte stafoefeningen, maar ook om uitgebreide oefeningen met inzet van diensten en hun middelen op het terrein. Regelmatig oefenen is nodig om de actoren die bij een noodsituatie moeten optreden de nodige kennis bij te brengen en bewust te houden van hun taak. (…) Aandacht zal ook gaan naar gebouwen, gebouwencomplexen en installaties waar bij brand zeer grote risico’s ontstaan (…).
Vraag 3.
Vraag 3.1.
De wet voorziet een veiligheidscel voor elke gemeente. In deze cel zetelen voor Lebbeke: de burgemeester; Albert Vereeken (ambtenaar noodplanning); de luitenant-bevelhebben van de brandweer; hoofdinspecteur Karel Hofmans en Geert Corte; Sven De Ridder; Peter Cooreman; Danny Van Den Vreken en Peter Callaert. Er is geen vertegenwoordiging voorzien voor discipline 2 : de medische, sanitaire en psychosociale hulp.
Overwegend dat de wet nergens voorziet wie (gemeenteraad of college) de installatie van de veiligheidscel moet goedkeuren, stelt de dienst Veiligheidscel van het provinciebestuur voor om zowel deze installatie voor te leggen aan het schepencollege als aan de gemeenteraad. In augustus ’07 zal dit worden geagendeerd op de gemeenteraad.
Vraag 3.2.
Op de vraag welke initiatieven, zoals brandweeroefeningen, enz. werden voorzien, werden vanuit de veiligheidscel nog geen initiatieven voorzien voor het uitvoeren van oefeningen, zoals voorzien in het Koninklijk Besluit van 16/02/2006 en de omzendbrief van 10 januari 2007.
Redenen: efficiënte oefeningen zijn tijdrovend en duur, het houden van een gestructureerde oefening is zeer complex; een oefening moet goed worden ingepland, wat zeer moeilijk is omdat men niet op alle facetten van een rampenbestrijding tegelijk kan inspelen; en, maar vooral, dat een veilige oefening niet zélf een ramp mag worden.
Voor elke oefening dient eerst een risicoanalyse worden opgesteld. Op basis van deze risicoanalyse zal men prioriteiten stellen, en oefeningen inplannen. Nog volgens het schriftelijk antwoord zal een ‘eerste’ oefening plaatsvinden op een maandagavond (?) in oktober 2007.
Vraag 3.3.
Op de vraag of er reeds initiatieven werden gehouden om de noodplannen te testen, is het antwoord dat er maandelijks drie brandweeroefeningen zijn, waarvan één verplicht is. Alle gegevens wordt in een logboek genoteerd.
Vraag 3.4.
Er zijn tot op heden geen enkele samenwerkingsverbanden met veiligheidscellen van andere gemeenten, buiten contacten die worden gelegd op opleidingen.
Het antwoord stelt echter dat de toekomst moet uitwijzen dat zo’n samenwerkingsverband op een positieve manier kan bijdragen tot de correcte uitvoering van de taak van de veiligheidscel. Ook voor het organiseren van grootschalige oefeningen, zal een samenwerking met de naburige gemeenten (zone Oost) in overweging moeten worden genomen.
Het schrijven van de gemeente Lebbeke vindt u in bijlage.
Klik hier voor de bijlage.