Afdeling
Lebbeke-Wieze-Denderbelle
Nieuws op www.vlaamsbelang.org

Nieuws

De Koran: eeuwenlange blinde haat tegenover joden en christenen? Deel II

21 augustus 2007

Soerah (hoofdstuk) 2: De Koe. Dit hoofdstuk bestaat uit 286 verzen in verschillende paragrafen, en gaat hoofdzakelijk over joden (veelal Israëlieten genoemd) en christenen. Het vertelt een verhaal dat gaat over de slachting van een koe die werd/wordt vereerd door de joden. Deze speciale afgoderij kreeg in de loop der jaren voet aan wal bij de joden. Een afgoderij waar de Koran tegen gekant was en is. Een afgoderij die blijkbaar niet te bedwingen was door de moslims, wat enige frustratie teweegbracht in al die eeuwen.

Soerah 2 begint met enkele fundamentele beginselen van de islam, o.a.:
Vers 2 : Dit Boek daaraan is geen twijfel, is een leidraad voor degenen die aan hun plicht voldoen.
Vers 7: Allah heeft hun harten en hun gehoor verzegeld; en hun ogen bedekt, en voor hen is er een vreselijke straf. Deze straf is er voor ongelovigen (joden en christenen) die de islam niet willen aanvaarden. Allah laat hen de gevolgen van hun achteloosheid dragen.

Dit hoofdstuk 2 (Soerah) is geopenbaard in Medinah (het vroegere Yathrib) en behoort tot de vroegste openbaringen. Het grootste deel ervan werd in de eerste twee jaren van de Hidjrah (de migratie van Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622) geopenbaard. Enkele verzen kwamen pas tegen het einde van het leven van de Profeet Mohammed.

Het moet geschreven: Algemeen kan worden opgemerkt dat in deze soerah de onverdraagzaamheid of frustratie van moslims naar boven komt omdat joden en christenen de islam niet als hún godsdienst willen aanvaarden. Enkele verzen bewijzen dit (niet alle voorbeelden kunnen we noteren wegens het grote aantal):

Vers 10: In hun harten is een ziekte, dus verergerde Allah hun ziekte, en voor hen is er een pijnlijke straf omdat zij liegen. De ziekte waar hier wordt over gesproken gaat over de zwakte in de harten van de ongelovigen, omdat ze de islam niet openlijk durfden te ontkennen. Deze zwakte werd alleen maar groter omdat de islam succesvoller werd.
Vers 15: Allah zal hen hun spotternijen terugbetalen, en Hij laat hen alleen in hun onmatigheid, terwijl zij blind verder dwalen.
Vers 39: En (wat betreft) degenen die niet in Onze Boodschap geloven en deze verwerpen, zij zijn de gezellen van het Vuur; daarin zullen zij verblijven. Het Vuur waarover hier wordt geschreven is de hel waarin deze ongelovigen zullen verblijven. Het Vuur zal tastbare vormen aannemen in een volgend leven. Anderzijds zullen gelovigen Tuinen hebben vol rivieren.
In verzen 51 tot en met 54 wordt gesproken over het aanbidden door de joden van het gouden kalf. Volgens de islam werd deze afgoderij van kalveren en stieren door de joden overgenomen van de Egyptenaren. Alleen… de Egyptenaren vereren alleen levende dieren. Mozes vroeg dan ook om het gouden kalf te ‘doden’ en dat de joden zich tot de islam zouden bekeren.
Vers 55: En toen jullie zeiden: O Mozes, wij zullen niet in jou geloven tot wij Allah duidelijk zien, dus overviel jullie de straf terwijl jullie toekeken. De straf hier is het gerommel, net voor een aardbeving en de aardbeving zélf.
Vers 59 stelt: Maar degenen die onrechtvaardig waren vervingen de woorden die tot hen gesproken waren door een andere uitspraak, dus stuurden Wij een plaag vanuit de hemel neer op de kwaaddoeners, omdat zij overtraden. Deze plaag was de pest. 24000 mensen zouden zijn gestorven door de pest.
Vers 61: En toen jullie zeiden: O Mozes, één soort voedsel houden wij niet vol, dus bid voor ons tot jouw Heer om ons te brengen wat door de aarde wordt voortgebracht, haar kruiden en haar komkommers en haar knoflook, haar linzen en haar uien. Hij zei: Willen jullie dat wat beter is verruilen voor dat wat slechter is? Ga een stad binnen, opdat jullie zullen hebben waar jullie om vragen. En vernedering en ontluistering tekenden hen en zij haalden zich Allah’s woede op de hals. Dat was zo omdat zij niet geloofden in de boodschap van Allah en zij de profeten onterecht zouden doden. Dat was zo omdat zij ongehoorzaam waren en de grenzen overschreden.
De afgunst van de moslims tegenover de joden is hier duidelijk voelbaar. Van de Israëlieten (joden) werd verwacht dat ze een hard leven leidden dat hen geschikt zou maken voor het veroveren van het Heilige Land. In plaats daarvan wilden ze een makkelijk leven leiden en alle soorten voedsel hebben die ze enkel konden krijgen door zich te vestigen in een stad. Nog volgens de moslims zouden de joden, indien ze zich bleven verzetten tegen de Goddelijke geboden, zich verliezen in ‘immorele en verdorven handelingen’. De afgunst van moslims tegenover de joden is er ook omdat joden verschillende profeten zouden hebben gedood of zouden hebben willen doden, waaronder ook de Heilige Profeet Mohammed.

Vers 65: En natuurlijk kennen jullie degenen onder jullie die de Sabbat schonden, dus zeiden Wij tot hen: Wees (als) apen, veracht en gehaat. Deze vers kan worden vergeleken met een vers uit Soerah5 (5:60), zijnde: Dat zijn degenen die Allah heeft vervloekt en op wie Hij Zijn wrok deed neerkomen en van wij Hij apen en zwijnen maakte en die de duivel dienen. Dezen verkeren in een ergere toestand en zijn verder verwijderd van het rechte pad. En ook in hoofdstuk 4, vers 47 staat vermeld: Of (Wij zullen) hen vervloeken zoals Wij de schenders van de Sabbat vervloekten.

Er staan verschillende andere voorbeelden over de onverdraagzaamheid van deze religie in soerah 2. Toch willen we als laatste vers 2:78 ontleden.
“ En sommigen van hen zijn ongeletterd; zij kennen het Boek niet behalve (van) horen zeggen, en zij gissen slechts.”

Deze vers gaat niet alleen over de ongeletterde joden. Het joodse volk had geen toegang tot de eigen heilige boeken die alleen bekend waren bij de eigen geleerden, en daarom waren religieuze ideeën alleen gebaseerd op verhalen die ze kenden van ‘horen zeggen’. Wat in deze vers wordt gezegd, is voor een groot deel ook toepasbaar op de moslims van vandaag. In het begin van de islam zocht iedere individuele moslim, zowel man als vrouw, het licht direct in de Koran. De moslims van vandaag doen dit niet; zij zijn volledig afhankelijk van hun geleerde mensen. Ze lezen de Koran wel, maar zien recitatie (het voordragen) op zich als een verdienstelijke daad zonder dat zij proberen te begrijpen wat het betekent, om zich er dan naar te gedragen.

De vraag stelt zich: is deze religie verdraagzaam ten overstaande van ‘andersgelovigen’, van mensen die de islam niet als godsdienst wensen te beleiden en daarom ongelovig is? Is deze religie gefrustreerd omdat in al die eeuwen de christenen en joden niet hebben willen inbinden ten overstaande van de islam? Blijkbaar!

Soerah 2 geeft duidelijk weer dat de islam niet hoog oploopt met de levenswijze van joden en daarmee ook hun godsdienst. De vraag stelt zich dan ook: lopen de andere godsdiensten, het jodendom en christendom, hoog op met de islam? Is er sprake van wederzijds disrespect of van wederzijdse onverdraagzaamheid? Een vraag kent een duidelijk antwoord: de islam heeft maar één doel: wereldoverheersing! (zie: www.answering-islam.org/Dutch )


(uit: De Heilige Koran met Nederlandse Vertaling en Commentaar van Maulana Muhammad Ali.)





Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district, koepel of regio?