Nieuws
Mie Struisvogel
01 april 2009
Een leefbare stad Antwerpen is wat mij interesseert’. ‘De toekomst van mijn stad is in gevaar’. Dat was zo wat de teneur van het woensdagnamiddag debat in het Vlaams Parlement over de zogenaamde Oosterweelverbinding. Die teneur was vooral te horen in het gesproken woord van mensen zoals Mie Vogels (Groen!), Robert Voorhamme (SP.a) en een zootje andere progressieven.
Vreemd vind ik dat. Als er nu één ding is waar de politieke linkerzijde nooit heeft van wakker geleden, dan is het wel de leefbaarheid van de steden. Op het ogenblik dat ze beslisten de immigratiepoorten wagenwijd open te gooien en ze sindsdien steeds hebben verhinderd dat ze ook maar een millimeter zou toegaan, hebben ze gekozen voor aanzienlijke leefbaarheidsproblemen. Het soort problemen dat Vlaams Belang nu al meer dan 30 jaar aankaart, maar waar ze potdoof voor blijven.
Een verkeersdruk tracé over dichtbevolkte woonwijken is inderdaad niet zomaar verdedigbaar, maar het massaal importeren van niet integreerbare vreemdelingen is dat nog veel minder. Het erkennen, subsidiëren en alle faciliteiten geven van een vijandige religie in Vlaanderen, is voor de groenen en de sossen allemaal geen probleem, maar o wee als ze ’s morgens de vogeltjes niet meer zouden horen fluiten als er een brug zou worden gebouwd langs hun ‘greenhouse’. Mie Vogels presteerde het te zeggen dat de bouw van die Oosterweelbrug een schaduw over haar stad zou werpen voor de komende 150 jaar. En welke schaduw legt de massale immigratie van vreemdelingen, regularisaties van asielzoekers en andere goudzoekers niet over onze drukbevolkte samenleving, madame Struisvogels?