Nieuws
Grootstedelijke rottigheid
16 april 2010
Het is weer zo ver. Brussel telt niet meer dan 300 rotte appels, aldus pater Leman, de voormalige chef van dat dwaze CGKR, Centrum voor ongelijkheid van meningen en Vlaams Belangbestrijding.
Vanwaar kennen we dat verhaal van ‘de paar rotte appels die de hele mand bederven’? Van Antwerpen misschien? Ettelijke jaren geleden was dat ook de theorie voor opeenvolgende problemen in de stad aan de Schelde. Toen waren het er slechts 100. En werd er door toenmalig burgemeester Detiège aan toegevoegd: ‘we kennen ze’. Nou ja, als je ze kent en het zijn er maar 100 of 300 op een hele stad met enkele 100.000 ‘en inwoners, is het dan teveel gevraagd om daar dan ook iets ernstig aan te doen?
Als het steeds dezelfden zijn die gaan rel schoppen en hun tronies en identiteiten zijn volledig bekend, wat houdt die ‘moedige’ traditionele politici dan tegen om ze uit de samenleving te verwijderen? Niets toch?
Hoegenaamd wel. Zelfs al zouden we het volstrekt ongeloofwaardige verhaal van de 300 relschoppers geloven, dan weten we ook dat voor elk van die 300 er een hele familie en vriendenkring klaar staat om die brave Mohammed of Ahmed desnoods met geweld te verdedigen. De jongeman die een onschuldige vrouw in haar wagen een kleine maand geleden doodschoot, was volgens de familie ook ‘een goeie jongen’. De kerels die de Turkse juwelier overvielen, was volgens diens nabestaanden ook ‘ne goeie jongen die het niet verdiende om doodgeschoten’ te worden. Ja, zeg,
wette nog iet?
Er is dus wel een veel groter probleem dan die 300, en geloof ons vrij, de heren en dames traditionele politici weten dat maar al te goed. Brussel en andere steden in dit land zijn in de feiten bezette steden. Geen politiestaten, waar de harde blauwe hand heerst, neen, veeleer zones waar het recht van de grootste agressieveling heerst. En aangezien het in de natuur van zachte heelmeesters zit om stinkende wonden te maken, hoeft het niet te verbazen dat er boven onze steden een onwelriekende walm van maatschappelijke rottigheid hangt.